Tegemoetkoming - Veelgestelde vragen
- Vorige pagina
- Tegemoetkoming
Wat wordt verstaan onder adequaat gebruik van een ontheffing/machtiging in?
Adequaat gebruik houdt volgens het bestuur van het Faunafonds in dat gedurende de periode dat de schade is geconstateerd er minstens 2 tot 3 maal per week gebruik gemaakt moet zijn van de ontheffing/machtiging. Indien de schade zich voortzet, dient er gedurende de periode dat de schade zich voortzet eveneens minstens 2 tot 3 maal per week gebruik gemaakt te worden van de ontheffing/machtiging. Hierbij geldt dat de grondgebruiker die over een ontheffing beschikt, uiterlijk op de dag van de constatering van de schade dient te beginnen met schadebestrijding. De grondgebruiker die niet over een ontheffing beschikt, dient uiterlijk op de dag dat de schade wordt geconstateerd een ontheffing aan te vragen en na ontvangst van de ontheffing/machtiging direct met de schadebestrijding te beginnen.
Waar moet ik een ontheffing aanvragen?
Een ontheffing (of machtiging voor het gebruik van ontheffing of vrijstelling) voor aan verjaging ondersteunend afschot kan in eerste instantie worden aangevraagd bij de faunabeheereenheid (FBE) zie voor contactgegevens het tabblad “links” op deze website. In bepaalde gevallen heeft de FBE de ontheffing niet en zal deze rechtstreeks bij de provincie moeten worden aangevraagd. Informeer hiervoor bij de FBE.
Wanneer moet ik een ontheffing aanvragen?
Indien schade (deels) wordt aangericht door diersoorten waarvoor de provincie of faunabeheereenheid (FBE) een ontheffing en/of machtiging voor vrijstelling voor aan verjaging ondersteunend afschot kan worden verleend, dient deze altijd te worden aangevraagd (en gebruikt). Het aanvragen van de ontheffing dient uiterlijk op de dag waarop de schade wordt geconstateerd te gebeuren, maar kan veelal ook op voorhand (bij jaarlijks terugkomende diersoorten/schade) worden aangevraagd. Wordt er geen of te laat een ontheffing aangevraagd komt u niet in aanmerking voor een tegemoetkoming.
Wat te doen als de ontheffing niet meer geldig is?
Indien de periode dat de ontheffing geldig is verloopt kan indien de betreffende diersoort nog steeds schade aanricht een nieuwe ontheffing worden aangevraagd. Neem hierover tijdig contact op met provincie of FBE.
Het quotum van de ontheffing is 'volgeschoten', wat nu?
Bepaalde ontheffingen die in het kader van populatiebeheer zijn verstrekt zijn gequoteerd. Dit wil zeggen dat op basis van die ontheffing een gelimiteerd aantal dieren mag worden geschoten. Dit kan bijvoorbeeld bij reewildbeheer het geval zijn. Daarbij worden lootjes verdeeld om te voorkomen dat de populatie wordt overbeheerd. Treedt er echter schade op door die diersoort terwijl het quotum is bereikt, dan kan bij de provincie (of FBE) een ontheffing worden aangevraagd voor aan verjaging ondersteunend afschot ter beperking van de schade.
Ik heb faunaschade, kan er direct iemand komen taxeren?
Een taxateur komt pas langs nadat hij daarvoor opdracht van het Faunafonds heeft gekregen. Een opdracht kan alleen worden verstrekt na ontvangst van een volledig ingevuld (en van benodigde bijlagen voorzien) verzoekschrift. Het Faunafonds streeft ernaar een dag na ontvangst van een (gehonoreerd) verzoekschrift, de taxatieopdracht bij het taxatiebureau te hebben.
Indien er sprake is van plotselingen, kort voor de oogst opgetreden faunaschade kan, nadat hiervoor contact is opgenomen met het secretariaat van het Faunafonds, een opdracht voor een spoedtaxatie (taxatie binnen 24 uur) worden verstrekt. Na ontvangst van het verzoekschrift (digitaal, of vast vooruit gestuurd via mail of fax) neemt het Faunafonds dan contact op met het taxatiebureau om te bezien of er nog voor de oogst een taxateur ter plaatse kan zijn.
Ik wil het gewas nu oogsten, kan de schade daarna nog worden vastgesteld?
De schade wordt vastgesteld in te velde staand gewas. Indien het gewas is geoogst kan de schade (oorzaak en omvang) niet worden vastgesteld. Als een gewas gedeeltelijk is geoogst kan alleen de schade in het niet geoogste deel worden vastgesteld.
Hoe weet ik of mijn verzoekschrift bij het Faunafonds is aangekomen?
Zodra een verzoekschrift door het Faunafonds is ontvangen ontvangt u daarvan een bevestiging. Indien uw verzoekschrift niet compleet is wordt in de ontvangstbevestiging aangegeven welke aanvullende gegevens u moet leveren voordat een eventuele taxatieopdracht kan worden verstrekt.
Ik heb de schade via het verzoekschrift bij het Faunafonds gemeld, wat nu?
Indien het verzoekschrift compleet is en voldoet aan de vooraf te toetsen voorwaarden waar aan moet worden voldaan om voor een tegemoetkoming in aanmerking te komen, verstrekt het Faunafonds de opdracht om de schade vast te stellen richting een taxatiebureau. Vervolgens komt een taxateur van dat bureau de hoogte van de schade vaststellen. In beginsel neemt de taxateur binnen 7 werkdagen nadat hij de taxatieopdracht heeft ontvangen contact met u op.
Ik heb een verzoekschrift ingediend, maar nog steeds geen geld ontvangen.
De taxateur volgt de schade vanaf het moment van ontvangst van het verzoekschrift tot aan de oogst. Zo kort mogelijk voor de oogst wordt de schade afgetaxeerd. De taxateur stelt hiervan een taxatierapport op die via het taxatiebureau naar het Faunafonds wordt gestuurd. Als het taxatierapport door het Faunafonds is ontvangen wordt bezien of het dossier op basis van de aanwezige informatie kan worden beoordeeld, of dat de grondgebruiker middels een rapportageformulier schadebestrijding om aanvullende informatie moet worden gevraagd. Het Faunafonds streeft ernaar om binnen zes weken na ontvangst van het complete dossier de beschikking te versturen en (indien van toepassing) de tegemoetkoming overgemaakt te hebben.
Er is een taxateur langs geweest en er is afgetaxeerd, maar ik ben het er niet mee eens.
De taxateur heeft de opdracht om na aftaxatie een bevestiging van de taxatie met daarop de omvang van de faunaschade (afhankelijk van het gewas uitgedrukt in kilogrammen, stuks, centimeters grasverlies en/of schadepercentages) op het bedrijf achter te laten of zo snel mogelijk op te sturen. Indien u het niet eens bent met de bevindingen die de taxateur daarop beschreven heeft, neem dan in 1e instantie contact op met de taxateur. Indien u zich niet kunt vinden in de toelichting van de taxateur kunt u binnen 8 dagen na ontvangst van de bevestiging van de taxatie uw bedenkingen tegen de taxatie schriftelijk kenbaar maken bij het Faunafonds. Geef hierin duidelijk aan op welk(e) punt(en) en waarom u het niet met de taxatie eens bent. Het Faunafonds legt uw bedenkingen vervolgens voor aan het taxatiebureau met het verzoek daarop te reageren. Van het Faunafonds ontvangt u vervolgens een schriftelijke reactie op uw bedenkingen.
Ik heb een beslissing (beschikking) op mijn verzoekschrift ontvangen, maar ben het er niet mee eens.
Als iemand het niet eens is met de beslissing van het Faunafonds, dan kan hij binnen zes weken na dagtekening van de betreffende brief, schriftelijk bezwaar indienen bij het bestuur van het Faunafonds. Het bezwaarschrift moet de redenen bevatten en ondertekend zijn. Uiteraard kan daaraan vooraf ook (telefonisch of per mail) contact worden opgenomen met het secretariaat van het Faunafonds voor een toelichting op de beschikking.
Ik heb een bezwaarschrift ingediend, maar niets meer gehoord.
Een kopie van het bezwaarschrift met bijlagen wordt altijd gezonden aan de afdeling Recht en Rechtsbescherming van de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw & Innovatie. Deze afdeling adviseert het bestuur over de op het bezwaarschrift te nemen beslissing. Van Recht en Rechtsbescherming ontvangen u een uitnodiging om het bezwaar toe te lichten. De behandeltermijn kan enkele maanden bedragen.
Ik heb last van schade door dassen, kom ik in aanmerking voor een dassengedoogovereenkomst?
Per 2012 mag het Faunafonds geen nieuwe dassengedoogovereenkomsten meer afsluiten. Indien u schade door dassen ondervindt dient u dit via het (reguliere) verzoekschrift bij het Faunafonds melden zodat er een taxatie kan plaatsvinden.
Hoe zit het met de toepassing van 120 kg/ds of 150 kg/ds in de eerste snede gras?
In de berekening van schade in de 1e snede gras wordt bij taxaties voor een tegemoetkoming van het Faunafonds uitgegaan van een opbrengst van 150 kilogram droge stof per centimeter grasverlies per hectare. De werkelijke voedingswaarde van 1 centimeter gras komt overeen met 120 kilogram droge stof. De extra 30 kilogram droge stof is in de berekening opgenomen ter compensatie van de achteruitgang van de kwaliteit van de grasmat en een eventuele onkruidbestrijding.
Bij taxaties in het kader van de ganzenopvangregeling voor vaststelling van de variabele vergoeding wordt wel gerekend met de 120 kilogram droge stof. Het deel voor de kwaliteitsachteruitgang van de grasmat en onkruidbestrijding is hierbij opgenomen in het vaste deel van de beheervergoeding.
De overcompensatie van 30 kilogram droge stof is ook bedoeld als de (over meerdere jaren aan te vullen) ‘spaarpot’ waaruit de kosten voor doorzaai en herinzaai dienen te worden gecompenseerd. Alleen bij hoge uitzondering en na goedkeuring door het Faunafonds kan in extreme gevallen doorzaai of eventueel herinzaai tegen de normvergoeding worden vergoed.
Is het mogelijk om op percelen met een SNL- of een PSAN-overeenkomst voor weidevogelbeheer ganzenschade te claimen en zo ja, op welke wijze dient de indiener van de schadeclaim dan te handelen t.a.v. zijn schadeclaim, mede gelet op de eisen vanuit PSAN / SNL?
Schade op percelen waarop een SNL- of PSAN overeenkomst voor weidevogelbeheer is afgesloten komt voor een tegemoetkoming in aanmerking.
In 2009 heeft het bestuur van het Faunafonds de beleidsregels op het punt van de inzet van preventieve middelen versoepeld. Om voor een tegemoetkoming in aanmerking te kunnen komen bij schade op grasland, graszaad en graan vanaf zes maanden na inzaai is de inzet van preventieve (visuele of akoestische) middelen niet meer vereist. Wel dienen de schadeveroorzakende diersoorten te worden verjaagd door menselijke aanwezigheid en dient een ontheffing voor aan verjaging ondersteunend afschot te worden aangevraagd (en indien verleend gebruikt). Op nieuw ingezaaid grasland en percelen graszaad en graan is inzet van een visueel en akoestisch middel in voldoende aantallen in de kwetsbare periode (binnen zes maanden na inzaai) wel vereist. Hierbij geldt dat het gebruik van het geweer, mits regelmatige ingezet, als akoestisch middel wordt gezien.
Is er sprake van schade op een perceel waarop een weidevogelovereenkomst met rustperiode is afgesloten, geldt hiervoor een uitzondering. Gedurende de in de beheervoorwaarden van die pakketten beschreven rustperiode is de inzet van preventieve middelen geen vereiste om voor een tegemoetkoming in de schade in aanmerking te komen.
Overigens kan het nog wel zo zijn dat bepaalde provincies het door het Faunafonds gevoerde beleid met betrekking tot de preventieve middelen nog niet hebben verwerkt in het provinciale beleid voor ontheffingverlening. Bepaalde provincies hebben beleidsmatig (nog) bepaald dat inzet van preventieve middelen een voorwaarde is alvorens een ontheffing kan worden verleend of mag worden gebruikt. In die gevallen zal inzet van preventieve middelen alsnog nodig zijn omdat het Faunafonds vereist dat gebruik wordt gemaakt van die ontheffing. Voor grondgebruiker en schadebestrijder/jachthouder is het daarom wel zaak zich te vergewissen van de ontheffingsvoorwaarden.
Wat prevaleert: de eisen (voor rust) vanuit de SNL of PSAN, of de eisen vanuit het Faunafonds m.b.t. het nemen van preventieve maatregelen, waaronder aan verjaging ondersteunend afschot?
Binnen de PSAN en SNL bestaan weidevogelpakketten waarin een rustperiode tot de beheersvoorwaarden behoort. Dit geldt voor de pakketten “weidevogelgrasland met rustperiode” (PSAN en SNL), “weidevogelgrasland met voorweiden” (SNL) en “kruidenrijk weidevogelgrasland” (SNL). Het doel van deze pakketten is de rust voor broedende en opgroeiende weidevogels optimaliseren. Hoewel verjaging of afschot van schadeveroorzakende diersoorten op basis van de pakketvoorwaarden niet wordt uitgesloten is het bestuur van mening dat deze maatregelen conflicteren met het doel. Daarom heeft het bestuur van het Faunafonds bepaald dat om in aanmerking te kunnen komen voor een tegemoetkoming in de schade door ganzen op percelen waarop een weidevogelovereenkomst met rustperiode is afgesloten, gedurende die rustperiode geen maatregelen (middelen of ondersteunend afschot) hoeven te worden genomen om de schade te beperken of voorkomen.
Daarbij geldt dat overeenkomstig de taxatierichtlijnen van het Faunafonds de schade zo kort mogelijk voor ingebruikname of oogst van een perceel wordt afgetaxeerd. Voor percelen waarop een weidevogelovereenkomst met rustperiode is afgesloten geldt dat de schade kort voor afloop van die rustperiode wordt vastgesteld.
Is het mogelijk om op percelen waarvan bekend is, of waarvan het redelijke vermoeden bestaat, dat er weidevogels broeden, ganzenschade te claimen?
Bij ganzenschade op percelen waar weidevogels broeden, of dat vermoeden bestaat, kan een tegemoetkoming in de schade worden verleend. De uitzondering tot het niet hoeven toepassen van preventieve maatregelen is echter alleen van toepassing op percelen waarop een weidevogelovereenkomst met rustperiode is afgesloten, zoals beschreven hierboven beschreven.
Wat prevaleert: de Flora- en Faunawet (geen verstoring van broedende vogels) of de eisen vanuit het Faunafonds m.b.t. het nemen van preventieve maatregelen, waaronder aan verjaging ondersteunend afschot?
Het is aan de provincie een belangenafweging te maken om een ontheffing al dan niet te verlenen. In die afweging moet worden meegenomen of ontheffingverlening voor aan verjaging ondersteunend afschot mogelijkerwijs effecten zou kunnen hebben op de belangen die door de Flora- en faunawet worden beschermd.
Een uitkomst van de overwegingen van de provincie zou kunnen zijn dat de provincie geen ontheffing voor aan verjaging ondersteunend afschot verleent in door haar aangewezen belangrijke weidevogelgebieden, als zij heeft vastgesteld dat met gebruikmaking van de ontheffing de weidevogelbelangen worden geschaad, of dat bijvoorbeeld de biodiversiteit in gevaar wordt gebracht. Bij aan verjaging ondersteunend afschot is het dus van belang dat grondgebruikers altijd een ontheffing voor aan verjaging ondersteunend afschot aanvragen. Wordt de ontheffing verleend en in de ontheffingsvoorwaarden wordt geen voorbehoud gemaakt op het gebied van verstoring van andere soorten kan naar mening van het bestuur van het Faunafonds niet tegengeworpen worden dat er van mogelijke overtreding van bepalingen van de Flora- en faunawet.
Als de provincie naar aanleiding van haar belangenafweging besluit geen ontheffing te verlenen, heeft de grondgebruiker een ingang bij het Faunafonds. Hij heeft immers gedaan wat het Faunafonds van hem vraagt in redelijkheid te ondernemen om schade te voorkomen of te beperken. Het Faunafonds zal daarbij in de voorwaarden die worden gesteld aan de tegemoetkoming in de schade geen eisen stellen die op basis van de Flora- en faunawet niet zijn toegestaan.
Ik heb een klacht over het handelen van het Faunafonds, kent het Faunafonds een klachtenregeling?
Het Faunafonds kent een klachtenregeling. Via deze regeling kan een klacht worden geuit over een gedraging in de ruimste zin van het woord door het Faunafonds, een medewerker van het secretariaat of bestuurslid van het Faunafonds in de uitoefening van zijn functie, waarvoor niet op grond van een wet of een verordening een aparte behandelingsprocedure bestaat. de inhoud van deze klachtenregeling treft u hier.



