Algemeen
Handreiking Faunaschade
Bestuur Faunafonds
Schadecijfers
Tegemoetkoming
Verzoekschrift Faunaschade
Procedure verzoekschrift
Beleidsregels Faunafonds
Bezwaar en beroep
Nieuws
Schade door mezen aan fruit in 2012 verdubbeld
Sturingsfactoren beheer en schadebestrijding
Kosten en baten voor de landbouw van schadesoorten
Samenleven met Bevers
Faunafonds
Postbus 888
3300 AW Dordrecht
Nederland
Tel: 078 - 63 95 375
Fax: 078 - 63 95 377

Bestuursverslagen - 2010 februari

Vorige pagina
Bestuursverslagen

-Definitief-

FAUNAFONDS

Bestuursvergadering 4 februari 2010

‘De Meermin’ te Allingawier

Verslag van de 116de vergadering

Aanwezig:

Leden: J.S. Huys (voorzitter), C.W. Ripmeester, J. Teeuwisse,  P. de Koeijer, P. Sterkenburgh, W.A.P. van der Klift.
Adviseur IPO: P. Spapens 
Adviseur L Secretaris: H. Revoort
Coördinator Faunazaken: H.G. Engberink
Notulist: S. van Dalen

Afwezig:
Leden: R.P.B. Foppen, A.G. Dijkhuis en J.H.M. Schellekens
Adviseur LNV: J.W. van der Ham en J.Sevenster (plaatsvervanger)


1. Opening en mededelingen
De voorzitter heet de aanwezigen welkom voor de honderdenzestiende bestuursvergadering van het Faunafonds.

Na afloop van de vergadering zal het bestuur bezoek krijgen van de bordercollies en de opdrachtnemer van de Border Collie Pilot, Ron Snoek. Ook zullen de verjagingmensen (Maaike en Daan) het één en ander over de proef uitleggen.

Over de samenstelling van de bestuursstukken voor deze vergadering wordt opgemerkt dat er een paar te verbeteren kwaliteitspuntjes zijn. Dit heeft vooral betrekking op het verzamelen van bestuursstukken en versturen van deze stukken. De kwaliteitsslag zal tot uitdrukking komen bij de bestuursstukken van de volgende vergadering.

2.1 Concept verslag bestuursvergadering 14 januari 2010

Noord-Brabant
Het bericht van Noord-Brabant over de goedkeuring van de begroting is nog niet ontvangen. De brief is onderweg. (H. Revoort: inmiddels is de brief ontvangen. Deze zal bij de stukken voor de maartvergadering worden gevoegd. Met het hoofd van de afdeling, die één en ander heeft behandeld, is een afspraak gemaakt voor een kennismakingsgesprek en een toelichting op de brief.)

Afhandeling Klacht
In het verslag wordt de opmerking over de begrijpelijkheid van het advies niet teruggevonden. Tijdens de vergadering heeft het bestuur de wens te kennen geven dat het advies en de brief aan een klager in de toekomst in begrijpelijker bewoordingen moeten worden gesteld.
Op pagina 3 van het verslag staat dat de klachtenregeling na de vaststelling daarvan in de Staatscourant is gepubliceerd. Nagegaan zal worden of de regeling ook op de website van het Faunafonds gepubliceerd kan worden.

Het verslag wordt verder, onder dankzegging aan de notulist, met enkele wijzigingen vastgesteld.

2.2 Activiteitenlijst

Werkconferentie exoten
Op 3 februari jl. heeft een bespreking met Wing plaatsgevonden. Tijdens dit gesprek is ook de samenwerking en de rol van Team Invasieve Exoten en het Faunafonds besproken.
Ook is besproken wat de thema’s zullen zijn die tijdens de werkconferentie exoten aan de orde komen.
De vraag wordt gesteld of er al afstemming met LNV is bereikt over de werkconferentie exoten? De secretaris deelt mee dat er telefonisch contact is geweest met de exotenbeleidsmedewerker. Intern is afstemming bereikt. LNV is voornemens een de co-creatie bijeenkomst te organiseren om input te krijgen voor onderdelen van de nieuwe Wet Natuur. Tijdens deze bijeenkomst, die zal worden gehouden op 24 maart 2010, wordt van die partijen input gevraag over de mogelijkheden van een succesvolle aanpak van de exotenproblematiek. Aan de hand van de resultaten van die bijeenkomst kunnen in de nieuwe wet Natuur bepalingen worden opgenomen die de succesvolle aanpak van de exotenproblematiek ook juridisch mogelijk moeten maken.

Evaluatie faunabeheerplannen Faunabeheereenheid
Het voorstel tot het houden van een evaluatie van de eerste generatie Faunabeheerplannen en in hoeverre de lessen daaruit hebben doorgewerkt in de tweede generatie Faunabeheerplannen, is op 26 januari jl. besproken met de secretarissen van de Faunabeheereenheden. Zij ondersteunen het voorstel en willen graag gezamenlijk met het Faunafonds optrekken. Voorts zou het ook goed zijn om provincies hierbij te betrekken. Een voorstel hiertoe zal de secretaris binnenkort in de IPO-werkgroep flora en fauna inbrengen.

3.Ingekomen en uitgegane stukken

Sluiting van de jacht en opschorting van aan verjaging ondersteunende ontheffingen voor afschot.

De provincies ontwikkelen zelf criteria voor sluiten en openen van de jacht en het opschorten van de ontheffingen. Het is hun autonome taak. Om toekomstige adviesverzoeken goed te kunnen adviseren lijkt het aan te bevelen dat provincies hiervoor standaard criteria ontwikkelen. Daarbij zouden de criteria zoals de KNJV die bijvoorbeeld heeft ontwikkeld als leidraad kunnen dienen. De secretaris zal dat ook inbrengen tijdens de binnenkort te houden vergadering van de IPO-werkgroep flora en fauna.
Het Faunafonds heeft aan twee provincies (Friesland en Utrecht) het advies gegeven om de provinciale vrijstelling voor het opzettelijk verontrusten, niet op te schorten. Alleen de provincie Utrecht heeft dat advies niet overgenomen.

Rechterlijke uitspraken:
Rechtbank Haarlem, 12 januari 2010
Vanuit de vergadering wordt de vraag gesteld of in de beleidsregels van het Faunafonds is vermeld dat smienten gedood moeten worden ter ondersteuning van de verjaging?
Bij de beoordeling van verzoekschriften wordt ervan uitgegaan dat men zich moet inspannen om schade te voorkomen, maar men is niet gehouden tot het doden van schadeveroorzakende dieren. Er wordt vooral gekeken naar de verhouding schade en oorzaak. Daarbij wordt gelet op het adequaat gebruik van de ontheffing, het aantal geschoten dieren is niet van doorslaggevende betekenis. De beleidsregel omtrent het adequaat gebruik van de ontheffing is door jurisprudentie ingevuld. In de beoordeling wordt ook meegewogen hoe frequent gebruik wordt gemaakt van de ontheffing. Daarbij gaat het om naleven van de beleidsregels (inspanning plegen om te verjagen) en niet specifiek om het doden van schadeveroorzakende dieren, hoewel afschot wel een verjaging verhogend effect kan hebben. Het Faunafonds moet de indruk krijgen dat er flink opgetreden is door de grondgebruiker ter voorkoming van schade. Het bestuur kan zich voorstellen dat er situaties zijn waarbij daadwerkelijk afschot niet mogelijk is. Het beoordelen van adequate inspanning blijft maatwerk.

Bij de rechtbank Leeuwarden is een beroep aanhangig met betrekking tot schade door smienten. In die casus zaten smienten op het perceel van de buurman en zijn daarom niet verjaagd.  In het beleidskader is vastgesteld dat voor smienten hetzelfde adequaat gebruik van de ontheffing geldt als voor ganzen. Het doden ervan is geen absolute eis.

Uitgegane stukken:
Het bestuur is verheugd te zien dat de klacht in begrijpelijke tekst is verzonden naar de klager.


4. Bestuurlijke zaken

4.1 Antwoordbrief naar NVM
Op 21 januari 2010 heeft het Faunafonds het verzoek ontvangen te reageren op de knelpunten waar de NVM tegen aan loopt sinds de versoepeling van de beleidsregels. Bovendien zou uit een onderzoek van de universiteit Wageningen blijken dat schade vermindert, naarmate grondgebruikers meer vergoeding ontvangen. Voorts vraagt het NVM om financiële middelen voor onderzoek naar rundergezondheid. Het secretariaat heeft een concept-antwoord geschreven. Het bestuur reageert als volgt:

Gezondheidsrisico’s
Onderzoek naar de gezondheidsrisico’s ligt niet in de lijn van het Faunafonds om te onderzoeken. De NVM kan geadviseerd worden deze problematiek voor te leggen aan de Gezondheidsdienst voor Dieren bij het ministerie LNV. Indien er schade is aan dieren dient deze gezondheidsorganisatie dit te onderzoeken. Het Faunafonds is op veel terreinen bezig met onderzoek, de nadruk ligt daarbij op het voorkomen en beperken van landbouwschade. Conclusie: Het Faunafonds kan besluiten tot financiering van onderzoek, indien een relatie kan worden aangetoond tussen beschermde diersoorten en ziektekiemen. Tot dusver is die relatie nog niet aangetoond.

Indirecte schade
Directe schade: deze schade gaat alleen over de gederfde kilo-opbrengsten. Indirecte schade komt niet voor een tegemoetkoming in de schade door het Faunafonds in aanmerking. Opgemerkt wordt dat het erop lijkt dat het Faunafonds soms te snel concludeert dat sprake is van indirecte schade waarvoor geen tegemoetkoming verleend wordt.  Voorbeelden zullen de komende tijd worden verzameld.

Het onderwerp directe/indirecte schade door beschermde inheemse diersoorten zal worden besproken in de Commissie Onderzoek. Na bespreking in deze commissie komt het punt terug in de bestuursvergadering.

Er wordt wel eens gedacht dat het Faunafonds tegemoetkomingen verleent voor alle schade, terwijl het Faunafonds hier geen ruimte voor heeft. Bij de totstandkoming van de Flora- en faunawet heeft de wetgever uitdrukkelijk bepaald dat er alleen en uitsluitend een tegemoetkoming op zijn plaats is voor directe gewasschade of schade aan bedrijfsmatig gehouden landbouwhuisdieren.

In de ontvangen brief stond een vraag of de systematiek van schadeberekening voor overwinterende ganzen ook voor overzomerende ganzen kan gelden. Het bestuur merkt hierover op dat de grashoogtemeter die voor het bepalen van de winterschade wordt gebruikt voor zomerschade niet goed toepasbaar is. Daarom is aan de Wageningen Universiteit gevraagd hiernaar een onderzoek in te stellen. Gekeken is of er modelmatig een berekening van de zomerschade kon worden gevonden. Het onderzoek heeft evenwel geen duidelijke lijn opgeleverd.

Over de landelijke en provinciale beheerplannen zal nog een passage in de brief worden opgenomen.

40 hectare
De provincie kan een ontheffing verlenen van de 40 ha regeling. Echter het advies van het Faunafonds is eerst het probleem duurzaam oplossen door te kijken of aansluiting bij een bejaagbaar jachtveld kan worden gevonden of door bijvoorbeeld het aanbrengen van een raster om kwetsbare gewassen.

Conclusie: Brief dient op een paar punten te worden uitgebreid en aangepast..

4.2 Overzicht betaalde tegemoetkomingen aan provincies
Uit de cijfers blijkt dat ten opzichte van het vorige jaar in 2009 de uitgekeerde tegemoetkomingen een stuk lager zijn. Voor een aantal provincies geldt dat de betaalde  tegemoetkomingen meer dan gehalveerd zijn. Een uitzondering hierop vormt de provincie Noord-Holland. In deze provincie is in 2009 een aanzienlijke stijging van de verstrekte tegemoetkomingen in de faunaschade zichtbaar.

Vanuit de vergadering wordt opgemerkt dat de schade in deze provincie nog wel eens zou kunnen toenemen nu de provincie Noord-Holland in haar kwartaalblad een artikel heeft geplaatst waarin wordt aangegeven dat zij zich proactiever ten aanzien van het aanvragen van een tegemoetkoming bij het Faunafonds zullen opstellen. Nu suggereert de provincie dat boeren vaak afzien van het aanvragen van een tegemoetkoming omdat de procedure daarvoor te ingewikkeld is. Voorts zijn in deze provincie de voorwaarden voor een ontheffingverlening niet eenduidig opgesteld. Vanuit de vergadering wordt voorgesteld een gesprek aan te gaan met de verantwoordelijke Gedeputeerde over deze problematiek. Besloten wordt de delegatie te laten bestaan uit de voorzitter, de heer W. van der Klift alsmede de secretaris.

In de statistieken dient voortaan een onderscheid te worden gemaakt tussen overzomerende en overwinterende ganzen. Zo staan de tegemoetkomingen ook in het jaarverslag opgenomen en voor de helderheid is dat duidelijker.

Deze overzichten zijn bij de provincies bekend. In het jaarverslag 2009 zal hieraan ook aandacht worden besteed.

4.3 Advies Wallonie verruiming jachtmiddelen
Wallonië heeft een wijziging voorgesteld van de Benelux beschikking waarbij het mogelijk zou worden het aantal voor de jacht toegestane kalibers te verruimen. De wijziging ten opzichte van de huidige situatie is dat naast de kalibers 12, 16, 20 ook geweren met gladde loop van het kaliber 8, 10, 28, 32 en .410 toegestaan worden.

Voor de aanpassing van de beschikking is een zienswijze van de Lidstaten nodig.  Naar verwachting zal een formeel adviesverzoek van de Minister van LNV aan het Faunafonds worden gestuurd. De momenteel bij het secretariaat voorhanden zijnde kennis over dit onderwerp, is echter naar het zich laat aan zien onvoldoende om een dergelijk advies te kunnen opstellen.  Daarom stelt het secretariaat voor een extern onderzoek te laten uitvoeren zodra het officiële adviesverzoek van de Minister van LNV is ontvangen.

Het bestuur vraagt zich af of dit wel een taak van het Faunafonds zou moeten zijn. Na discussie wordt besloten het adviesverzoek van de Minister van LNV af te wachten en dan extern naar deskundigen te zoeken die hier iets over zouden kunnen zeggen. De bestuursleden hebben op dit moment geen voorstellen voor personen die om advies zou kunnen worden gevraagd, maar voorgesteld wordt de heer Dijkhuis hier specifiek naar te vragen.

De Minister van LNV heeft inmiddels formeel advies gevraagd aan het Faunafonds over de uitbreiding van het gebruik van het aantal kalibers. In de commissie onderzoek is besloten Duitse en Engelse experts te raadplegen alvorens een advies aan de Minister uit te brengen.

4.4 Verzoeken om tegemoetkoming met een getaxeerde schade van meer dan € 5000,-

Ammerlaan:
Enerzijds is het begrijpelijk dat de grondgebruiker niet heeft verjaagd in verband met campinggasten. Anderzijds dient aansluiting te worden gezocht bij een eerder dossier (Kouwenberg) waarvan nu een beroep aanhangig is. In dit dossier is geen officieel proces-verbaal bijgevoegd over de bedreiging.

Het bestuur besluit dit dossier overeenkomstig de beslissing in de zaak Kouwenberg af te handelen. Als Kouwenberg in beroep gegrond wordt, zou dit dossier ook in heroverweging genomen kunnen worden. Dit zal aan Ammerlaan schriftelijk worden meegedeeld.

Voorts wordt opgemerkt dat in beide dossiers een relatie bestaat met handhaven van de openbare orde. Risico op verstoring van de openbare orde kan een reden zijn voor de politie om gebruik van het geweer op te schorten.

De secretaris wordt gevraagd op korte termijn contact op te nemen met de landelijke werkgroep Flora- en fauna van de politie en dit punt eens met hen te bespreken.

Brak:
Beleid weidevogelovereenkomst: het huidige beleid is dat alleen indien er sprake is van een weidevogelovereenkomst met een rustperiode het Faunafonds geen preventieve maatregelen verwacht gedurende die rustperiode. De heer Brak heeft op onderhavige schadepercelen geen weidevogelovereenkomst met een rustperiode afgesloten. Vergelijkbaar met dossier: De Kam.
In de praktijk moet men dan verontrusten en gebruik maken van een aan verjaging ondersteunende ontheffing voor afschot om in aanmerking te komen voor een tegemoetkoming. De kans bestaat dan dat weidevogels worden verontrust.

Conclusie: schadeperceel met weidevogelovereenkomst met rustperiode wel ruimte voor een tegemoetkomging, schade op percelen zonder overeenkomst afwijzen.

5. Onderzoek
Opgemerkt wordt dat het Faunafonds met logo vermeld moet worden in de publicaties van de onderzoeksresultaten. Wij financieren onderzoek, dus dan is een dergelijke vermelding op zijn plaats. 

Overzomerende ganzen
Vorig jaar is een start gemaakt met het Beleidsondersteunende onderzoek naar overzomerende ganzen dat door LNV wordt gefinancierd (BO-02-013-005), alsook het hierop aanvullende onderzoek dat door het Faunafonds gefinancierd is. Hierbij beoogt het Faunafonds met name inzicht te krijgen in de relatie met overwinterende ganzen en de factoren die bepalend zijn voor de ruimtelijke spreiding van landbouwschade.

Het bijgevoegde tussenrapportage ziet op het onderzoek dat vorig jaar (2009) is gestart en dat voorzien is door te lopen tot en met 2011. Bij de opdrachtverlening is besproken dat per jaar zou worden bekeken of voortzetting zinvol is. Dit op basis van de uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen resultaten en de perspectieven op voor het Faunafonds bruikbare toepassing.

Het is begrijpelijk dat na 1 jaar niet meteen antwoorden op de onderzoeksvragen worden gegeven, maar dit tussenrapport is te summier. Het bestuur is van mening dat er te weinig gerapporteerd is.

In het rapport overzomerende ganzen wordt gewas- en landbouwschade genoemd. Dit zijn twee verschillende soorten schades en worden in het onderzoek door elkaar gebruikt. Dit onderzoek gaat eigenlijk alleen over gewasschade. In de toekomst moet dit onderscheid duidelijker worden gemaakt.

Het bestuur verwacht meer helderheid over de 82 % aandeel van jaarrond verblijvende grauwe ganzen in relatie tot het totale aantal overwinterende ganzen in Nederland. Afgesproken wordt, dat de Commissie Onderzoek de gemaakte bedenkingen samen met de onderzoekers bespreekt en verduidelijkt. De Commissie Onderzoek wordt gemandateerd afspraken te maken voor het vervolgonderzoek voor het jaar 2010.

Tot nu toe is uit de verschillende plannen die een aanpak van de overzomerende ganzenproblematiek voorstaan gebleken dat planmatige aanpak tot nu toe tot te weinig resultaat heeft geleid. Immers het aantal overzomerende grauwe ganzen in Nederland neemt nog steeds toe. Het bestuur stelt voor deze problematiek en de meest gewenste aanpak te bespreken in de Commissie Onderzoek.

Pilot Texel
Op Texel speelt een problematiek van schade en schadepreventie door overzomerende ganzen. De terreinbeherende organisaties op Texel hebben in samenspraak met de andere betrokken partijen onderzoek geïnitieerd naar de effecten van de ganzen op landbouw en natuurdoelstellingen, alsmede naar de effectiviteit van in de “Handreiking voor beleid ten aanzien van overzomerende ganzen” beschreven aantalbeperkende maatregelen.

Vorig jaar is een start gemaakt met de "pilot-Texel, waarin de effecten van broedende ganzen op natuurdoelstellingen en op de landbouw, alsmede de methoden om nadelige effecten te beperken onderzocht worden. De bijgevoegde tussenrapportage gaat in op het onderzoek dat vorig jaar (2009) is gestart en dat voorzien is door te lopen tot en met 2011. Het onderzoek sluit nauw aan op het Beleidsondersteunende onderzoek naar overzomerende ganzen dat door LNV wordt gefinancierd (BO-02-013-005) alsook het hierop aanvullende onderzoek dat door het Faunafonds gefinancierd is.

Het bestuur is van mening dat dit onderzoek in Texel met name relevant is voor de ecologische effecten en van de begrazing door overzomerende grauwe ganzen. Er schijnt nauwelijks ganzentrek te zijn vanuit Texel naar Noord-Holland of terug. Het bestuur verwacht na onderzoek in 2010 hierover meer helderheid ook in de onderlinge verhouding tussen provincies.

Conclusie: onderzoek Texel voortzetten.

8. Rondvraag en sluiting

Werkconferentie exoten
De brochure en het aanmeldadres voor het symposium dienen ook op de website te worden gepubliceerd.

Preventieve maatregelen hebben vaak een beperkte effectieve werking, met name als de aantallen dieren erg groot zijn. (Bij invasie baat geen preventie!) In het algemeen zal een boer voldoende maatregelen treffen om schade te voorkomen. Ook moet bij een beoordeling naar de situatie gekeken worden; bij ganzenschade vooral vanaf 15/2/2010.

De provincie Noord-Brabant laat weten dat de brief over het niet goedkeuren van de begroting onderweg is. Daarnaast heeft de provincie te kennen gegeven dat zij  graag wil samenwerken met het Faunafonds in de problematiek van wilde zwijnen en het aanpassen van het Benelux-verdrag op het punt van het gebruik van de restlichtkijker.

De bestuursleden van het Faunafonds worden qualitate qua ingeschreven voor de Werkconferentie exoten.

Afgesproken wordt eens in de 2 jaar te kijken hoe het Faunafonds “op de kaart staat”. Ook wordt een medialijst opgesteld voor toekomstige persberichten.

Hierna sluit de voorzitter onder dankzeggen aan de bestuursleden voor hun inbreng  de vergadering.

Na de lunch wordt uitleg gegeven over de proeven van ganzenverjaging met bordercollies en wordt in het veld kennis gemaakt met de werkelijke verjaagacties. Deze maken grote indruk.


S. van Dalen, notulist.


Vastgesteld tijdens de bestuursvergadering op 4 maart 2010.

 

J.S. Huys, voorzitter    mr. ing. H. Revoort, secretaris

 


 

Rijksoverheid IPO Faunabeheereenheden